ALGEMEEN TENTOONSTELLINGSREGLEMENT

 

Hoofdstukken

1. Doel en geldigheid Art. 1 - 2
2. Definities – Indeling van de tentoonstelling Art. 3 - 4 - 5
3. Soorten van tentoonstellingen Art. 6
4. Toelatingsvoorwaarden voor inzendingen Art. 7
5. Frequentie Art. 8
6. Rechten en plichten van de inzenders Art. 9 – 10 - 11
7. Taken van de organisatoren Art. 12 - 13 -14 - 15
8. Jury Art. 16 - 17
9. Onderscheidingen Art. 18
10. Slotbepalingen Art. 19 - 20

1. DOEL EN GELDIGHEID

 Art. 1

Bij het organiseren van filatelistische tentoonstellingen heeft de K.L.B.P. (de Koninklijke Landsbond der Belgische Postzegelkringen) de bedoeling de filatelie te propageren en de filatelisten ertoe aan te sporen hun verzameling aan alle belangstellende bezoekers te tonen.

Om zoveel mogelijk eenheid te bereiken bij de organisatie stelt de K.L.B.P. de hierna volgende bepalingen vast in dit Algemeen Tentoonstellingsreglement.

Art. 2

Dit reglement geldt alleen voor filatelistische tentoonstellingen met wedstrijd karakter die in België georganiseerd worden door de K.L.B.P. in samenwerking met een vereniging (of groep van verenigingen) die bij de K.L.B.P. aangesloten is (zijn). Dit reglement geldt niet voor internationale tentoonstellingen die door de F.I.P. (Fédération internationale de Philatélie) of de F.E.P.A. (Federation of European Philatelic Associations) georganiseerd of erkend zijn.

2. DEFINITIES - INDELING VAN DE TENTOONSTELLING

Art. 3

Een filatelistische tentoonstelling is elke in België gehouden tentoonstelling van alles wat tot de filatelie behoort, in zoverre ze georganiseerd wordt in overeenkomst met de bepalingen van onderhavig reglement.

Een tentoonstelling met wedstrijdkarakter bevat een groep inzendingen die door een jury worden beoordeeld met het oog op een toe te kennen bekroning. Een tentoonstelling zonder wedstrijdklasse is een propagandatentoonstelling.

Voor de definities van filatelie en van aanverwante termen, voor beoordelingsnormen en samenstelling van de jury en voor internationaal geldende bepalingen opgelegd door de F.I.P., wordt verwezen naar het Algemeen Tentoonstellingsreglement GREX (General Regulations for Exhibitions), het Algemeen Beoordelingsreglement GREV (General Regulations for the Evaluation of Exhibits) en de Bijzondere Beoordelingsreglementen SREV (Special Regulations for the Evaluation of Exhibits) van de F.I.P.

Art. 4

Op een tentoonstelling met wedstrijdkarakter dient ten minste 70% van het totale aantal opgestelde kaders beschikbaar gesteld te worden voor de wedstrijdklasse. De overige kaders kunnen verdeeld worden over een officiële klasse, een erehof en een afdeling buiten mededinging.

a) Een officiële klasse is bestemd voor inzendingen van postadministraties, postmusea of postzegelontwerpers, -drukkers en -graveurs.

b ) Een erehof is bestemd voor verzamelingen die op uitnodiging van het organisatiecomité om hun vroeger behaalde bekroningen getoond worden.

c) Een afdeling buiten mededinging is bestemd voor inzendingen van juryleden of voor inzendingen die buiten de wedstrijdklasse vallen.

Art. 5

De wedstrijdklasse van een tentoonstelling is bestemd voor inzendingen in de volgende disciplines, waarbinnen eventueel een verdere opdeling mogelijk blijft:

- traditionele filatelie (met inbegrip van fiscale filatelie)
- postgeschiedenis
- postwaardestukken,
- aërofilatelie en astrofilatelie
- thematische filatelie
- maximafilie
- jeugdfilatelie
- literatuur (alleen in nationale en internationale tentoonstellingen).
- Eénkader inzendingen
- Open klasse

Voor de Jeugdklasse kunnen speciale bepalingen gelden.

3. SOORTEN VAN TENTOONSTELLINGEN

Art. 6

De tentoonstellingen met wedstrijdkarakter kunnen in de volgende categorieën onderscheiden worden:

a) tentoonstellingen met een beginnersklasse
b) regionale tentoonstellingen
c) nationale tentoonstellingen
d) internationale tentoonstellingen 

a) Onder tentoonstellingen met beginnersklasse verstaan we deze waarbij de inzendingen bij wijze van voorbereiding op tentoonstellingen met wedstrijdkarakter door een erkende jury bekeken worden.
b) Regionale tentoonstellingen zijn tentoonstellingen met wedstrijdkarakter en waarbij voor één of meer disciplines kan worden ingezonden door leden van bij de K.L.B.P. aangesloten verenigingen uit alle provincies.
c) Een nationale tentoonstelling is een tentoonstelling met wedstrijdkarakter waarbij de leden van alle verenigingen die bij de K.L.B.P. aangesloten zijn, hun verzameling mogen inzenden. Voorwaarde is dat ze aan de toelatingseisen van art.7 voldoen. Nationale tentoonstellingen kunnen op basis van een multilateraal akkoord opengesteld worden voor de leden van die buitenlandse federaties die de overeenkomst ondertekend hebben.
d) Internationale tentoonstellingen staan open voor de leden van alle federaties die bij de F.I.P. en/of de F.E.P.A. aangesloten zijn. Ze dienen georganiseerd te worden volgens het Algemeen Reglement voor Tentoonstellingen van de F.I.P. (GREX) of het Algemeen Reglement voor Tentoonstellingen van F.E.P.A. (FEGREX) en het bijzondere reglement van de internationale tentoonstelling. (IREX)

 

4. TOELATINGS VOOR WAARDEN VOOR INZENDINGEN

Art. 7

§ 1. Tot de regionale tentoonstellingen worden in de eerste plaats alle inzendingen toegelaten die voor het eerst worden tentoongesteld of zij beoordeeld werden in een beginnersklasse of niet.

Alleen inzendingen die in de laatste vijf jaar op een provinciale of regionale tentoonstelling goud of op een nationale tentoonstelling verguld zilver of meer behaald hebben, kunnen niet opnieuw worden ingeschreven voor de wedstrijdklasse van een provinciale of regionale tentoonstelling.

Inzendingen die op een vroegere tentoonstelling in een andere discipline hebben deelgenomen, worden beschouwd als inzendingen die voor het eerst worden tentoongesteld.

§ 2. Tot nationale tentoonstellingen worden, met uitzondering van de literatuurklasse. alle inzendingen toegelaten die op een provinciale of regionale tentoonstelling ten minste zilver behaald hebben of die op een vorige nationale tentoonstelling ten minste brons behaald hebben. Alleen inzendingen die in de laatste vijf jaar op een nationale tentoonstelling groot goud of op een internationale tentoonstelling verguld zilver behaald hebben, kunnen niet opnieuw worden ingeschreven voor de wedstrijdklasse van een nationale tentoonstelling.

§ 3. Voor internationale tentoonstellingen komen alleen die inzendingen in aanmerking die op een nationale tentoonstelling ten minste verguld zilver behaald hebben en die ten minste 80 bladen bevatten of deze die op een vorige internationale tentoonstelling ten minste brons behaald hebben.

§ 4. Leden van buitenlandse federaties, aangesloten bij de F.I.P. mogen, na goedkeuring van de Belgische nationale commissaris voor tentoonstellingen (of zijn adjunct) en van zijn buitenlandse collega, deelnemen binnen de categorie die overeenstemt met het niveau waarop ze in hun land toegelaten zouden worden.

 

5. FREQUENTIE

Art. 8

§ 1 Het land wordt ingedeeld in 5 regio’s:

a) Antwerpen en Limburg
b) Oost en West Vlaanderen
c) Henegouwen en Namen
d) Luik en Luxemburg
e) Vlaams en Waals Brabant en Brussel

Het aantal tentoonstellingen met beginnersklasse is beperkt tot vijf (5) - één (1) per regio en dit om de 2 jaar.
Het aantal regionale tentoonstellingen (voorheen provinciale) is beperkt tot vijf (5) – één (1) per regio om de 2 jaar.
Ieder lid van een bij de KLBP aangesloten vereniging kan in elke regio naar keuze deelnemen. Men kan tweemaal per jaar deelnemen met een tussenperiode van minstens vier (4) maanden.
De nationale tentoonstelling wordt georganiseerd om de twee jaar.

§2 Algemeen geldt:

a) Tentoonstellingen met beginnersklasse dienen georganiseerd te worden gedurende het jaar van een nationale tentoonstelling.
b) Tijdens hetzelfde weekend kan slechts één tentoonstelling met beginnerklasse of één regionale worden georganiseerd.

Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de Raad van Bestuur voor deze regel een uitzondering toe staan.

6. RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE INZENDERS

Art. 9

§1 Inzenders dienen zich te houden aan de bepalingen van dit algemeen tentoonstellingsreglement, de specifieke reglementen van de betrokken discipline en aan het bijzondere tentoonstellingsreglement van het organisatiecomité.
Door het ondertekenen van het inschrijvingsformulier aanvaardt de inzender de regels die voor de betreffende tentoonstelling gelden.

§2 Om voor beoordeling in aanmerking te komen moet een verzameling een minimum en maximum aantal vlakken bevatten.

Aantal vlakken van 16 bladen A4 voor de verschillende tentoonstellingen

VOLWASSENEN

Tentoonstelling met beginnersklasse - Min 2 - Max 4
Regionale competitieve tentoonstelling - Min 3 - Max 8
Nationale competitieve tentoonstelling - Min 4* - Max 8
Internationale tentoonstelling FIP - FEPA - Min 5 - Max 8

* Zie – Art. 7 §3

§3 Voor internationale tentoonstellingen komen alleen die inzendingen in aanmerking die op een nationale tentoonstelling ten minste verguld zilver behaald hebben en die ten minste 80 bladen bevatten of deze die op een vorige internationale tentoonstelling ten minste brons behaald hebben.

JEUNESSE - JEUGD

Tentoonstelling met beginnersklasse

A - Min 2 - Max 3
B - Min 2 - Max 3
C - Min 2 - Max 3

Regionale competitieve tentoonstelling

A - Min 2 - Max 3
B - Min 2 - Max 3

C - Min 3 - Max 4

Nationale competitieve tentoonstelling

A - Min 2 - Max 3
B - Min 3 - Max 5

C - Min 3* - Max 5

Internationale tentoonstelling FIP - FEPA

A - Min 2 - Max 4
B - Min 3 - Max 5

C - Min 4 - Max 5

Zie - Art. 5bis

Voor internationale tentoonstellingen komen alleen die inzendingen in aanmerking die op een nationale tentoonstelling ten minste zilver behaald hebben en die ten minste 64 bladen bevatten of deze die op een vorige internationale tentoonstelling ten minste brons behaald hebben.

Art. 10

§ 1. Voor toelating in een wedstrijdklasse van een provinciale, regionale of nationale tentoonstelling komen alleen inzendingen in aanmerking die het persoonlijk eigendom zijn van natuurlijke personen die lid zijn van een bij de K.L.B.P. aangesloten vereniging, of van een buitenlandse federatie.

§ 2. Elke inzender heeft het recht onder pseudoniem in te zenden. De naam en het adres van de inzender moeten aan het organisatiecomité en aan de nationale commissaris voor tentoonstellingen worden meegedeeld.

Art. 11

Emissies die de F.I.P. als schadelijk of ongewenst aanduidt, mogen niet tentoongesteld worden op de tentoonstellingen die in dit reglement genoemd worden. Herdrukken, reparaties en vervalsingen mogen slechts opgenomen worden indien ze als zodanig zijn beschreven. Inzendingen in de wedstrijdklassen die aan deze voorwaarden niet voldoen, kunnen door de jury buiten mededinging geplaatst worden.

7. TAKEN VAN DE ORGANISATOREN

Art. 12

§ 1. Het provinciale comité dat een tentoonstelling wenst te organiseren, dient dit schriftelijk aan te vragen bij de Voorzitter van de Raad van Bestuur van de K.L.B.P. De vraag wordt onderzocht door de Raad van Bestuur, die al of niet zijn goedkeuring kan verlenen. Het is het provinciale comité van de betrokken regio dat de tentoonstelling toewijst aan een kring uit haar provincie.

§2 Voor elke nationale tentoonstelling wordt een coördinator aangesteld door de Raad van Bestuur van K.L.B.P. Voor een regionale tentoonstelling wordt deze aangeduid door het provinciale bestuur waartoe de organiserende kring behoort.

Die coördinator moet het organisatie comité en de Raad van Bestuur voorlichten en toezien dat alle reglementen worden nageleefd.

§ 3. Alle tentoonstellingen van de K.L.B.P. kunnen in aanmerking komen voor subsidiëring vanwege de nationale kas. Op de uitkering van een subsidie kan alleen achteraf aanspraak worden gemaakt indien het organisatiecomité aan alle bepalingen van het reglement heeft voldaan.

Art. 13

§ 1. Het organisatiecomité dient, na goedkeuring van de aanvraag, zo vlug mogelijk contact op te nemen met de commissaris voor tentoonstellingen en met de commissaris voor juryzaken. De nodige gegevens over plaats, datum en disciplines dienen ter beschikking gesteld te worden.

§ 2. De lijst der inzendingen dient tijdig (minstens één maand voor de opening van de tentoonstelling) door de secretaris van het organisatiecomité toegezonden te worden aan de betrokken nationale commissarissen van de filatelistische disciplines en aan de commissarissen voor tentoonstellingen en juryzaken.

§ 3. Het is de plicht van het organisatiecomité de tentoonstelling in brede kring bekend te maken. Tevens dient een bijzonder tentoonstellingsreglement opgesteld te worden. De lijst met bekroningen dient na de beoordeling zo vlug mogelijk gepubliceerd te worden en naar de beide genoemde commissarissen en naar de redactie van Belgaphil gezonden te worden.

§ 4. Het organisatiecomité dient voor de juryleden de nodige faciliteiten ter beschikking te stellen zodat zij hun taak behoorlijk kunnen vervullen. De inschrijvingsformulieren dienen voorhanden te zijn ter inzage van de jury.

§ 5. De inzendingen die de deelnemers zelf niet kunnen opzetten of afnemen, dienen met veel zorg te worden behandeld en bewaakt. Verzamelingen die door de inzender niet kunnen worden afgenomen en meegenomen, dienen uiterlijk twee weken na de sluiting van de tentoonstelling teruggezonden te worden samen met de lijst van de bekroningen.

Art. 14

Het organisatiecomité van de tentoonstelling is verantwoordelijk voor de inzendingen die aan het comité werden toevertrouwd. Het organisatiecomité is verplicht gebruik te maken van de verzekering, aangegaan door K.L.B.P., tegen schade, diefstal en brandgevaar. Bovendien moet ook gebruikt gemaakt worden van de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid afgesloten door de K.L.B.P. Dit geldt voor alle tentoonstellingen. De kosten vallen ten laste van K.L.B.P.

Art. 15

Het kadergeld wordt vastgesteld als volgt:

- tentoonstelling met beginnerklasse € 2,50
- regionale tentoonstelling € 5,00
- nationale tentoonstelling € 7,50

Inzenders in de jeugdklasse betalen geen kadergeld.

8. JURY

Art. 16

De jury wordt aangewezen in overeenstemming met de bepalingen van het juryreglement van de K.L.B.P.

Art. 17

§ 1. In de wedstrijdklasse van iedere tentoonstelling worden de inzendingen beoordeeld volgens de criteria die in de GREV en in de SREV van de F.I.P. voorgeschreven worden. Bovendien zal de jury rekening houden met de Richtlijnen van de F.I.P. commissie van iedere discipline.

§ 2 Alle inzendingen in een wedstrijdklasse hebben recht op een beoordelingsrapport dat door de jury dient te worden opgesteld.

De jury van een tentoonstelling met wedstrijdkarakter dient tijdens het jurygesprek eveneens ter beschikking te staan van de deelnemers om ze over hun verzameling te adviseren. Het organisatiecomité dient het tijdstip van dat jurygesprek vooraf te publiceren.

§ 3. De deliberatie van de jury is geheim. De uitspraak wordt in solidariteit genomen en is bindend.

9. ONDERSCHEIDINGEN

Art. 18

§ 1. De jury kan medailles of getuigschriften toekennen in de rang van volgende bekroningen

Groot goud 95 %
Goud 90%
Groot verguld zilver 85 %
Verguld zilver 80 %
Groot zilver 75 %
Zilver 70 %
Verzilverd brons 65 %
Brons 60 %
Diploma 50 %

Bij inzendingen die minder dan 50% behalen, wordt geen puntenberekening verstrekt.
In de klasse “Jeugdfilatelie” worden er geen medailles “Goud en Groot Goud” toegekend.

Zie - art.8

§ 2. Ereprijzen kunnen door de jury als extra onderscheiding worden toegekend aan inzendingen in de wedstrijdklasse.

De jury kan ook speciale gelukwensen toevoegen aan de bekroning indien de inzending blijk geeft van diepgaand filatelistisch onderzoek, zeldzaam materiaal of originele uitwerking. Deze felicitaties kunnen slechts eenmaal per inzending worden toegekend.

10. SLOTBEPALINGEN

Art. 19

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de Raad van Bestuur van de K.L.B.P.

Art. 20

Dit reglement vernietigt en vervangt alle vorige tentoonstellingsreglementen van de K.L.B.P.
Het werd goedgekeurd tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur, gehouden te Brussel op 17 december 2005.

Het treedt in werking vanaf 1 januari 2006

E. Van Vaeck C. Kockelbergh

Nationaal Voorzitter    Secretaris generaal